Dag1: de lange trip naar Managua

Juli is regenseizoen in Nicaragua. Plaatsen gaan dicht; toeristen blijven weg. Dat klinkt goed voor ons, want het is onze jaarlijkse grote reis en we willen ruimte en inspiratie opdoen. En dat hardnekkige Eppstein-Bar-virus als het even kan hier achterlaten. De laatste maanden heeft het ons neergesabeld. Dat virus is nog altijd een groot mysterie, voor de medische wereld maar ook voor ons. Véél rusten zegt de dokter. Waarom is het plotseling bij beide gereactiveerd? Waarom nu?

Hoe dan ook, regen is romantisch. Ook voor een klein gezin. En de ‘low-fi ontsnapping’ – warm, rustiek, geworteld zijn in de natuur – klinkt als het begin van de uitdieping van een al mooie relatie.

We vliegen op Managua, de hoofdstad. De lange trip ernaartoe is stevig; niet voor huismussen of watjes. 27-uur onderweg. Brussel-Frankfurt, Frankfurt-Houston, Houston-Managua: Timo en Mateo hebben de drie vluchten doorstaan als volleerde wereldreizigers.

Gefocust, super flink, af en toe een groot dutje en al die leuke filmpjes … meer moet dat niet zijn. Complimenten van mede-passagiers is alweer hun deel. We hadden ook genoeg gezonde pick-nickhapjes voorbereid zodat ze op geen enkel moment honger zouden hebben. Of overdreven veel zouden snoepen. En het vliegtuigeten dan? Tja, dat is vliegtuigeten, he!

Ondertussen zijn we in Managua aangekomen. We kenden  geen te grote turbulenties onderweg, amper vertragingen, geen bagage-stress, en vlotte verbindingen. Het controleren van onze paspoorten duurt bijwijlen lang en is saai.  Wachtrijen, foto hier, vingerafdrukken daar, maar ook dat overleven we. Ideale start van het verlof!

Managua wordt gekenmerkt door zijn chaos.  We besloten bij de vakantieplanning niet te veel aandacht aan de hoofdstad te wijden. Het zou een mix zijn tussen een levendig stadscentrum en een dorpsmentaliteit waar iedereen elkaar kent. Het is laat. En heet, die eerste avond. We zijn op weg naar ons Airport Hotel, voertuigen doorkruisen het verkeer terwijl we ons een weg banen door de kleine kronkelende, slecht geplaveide en wat louche straten van deze hoofdstad. De taxi-chauffeur is een jonge kerel die ons lachend beaamt dat hun luchthaven inderdaad super klein is. Nadat hij ons in het hotel heeft afgezet, gaat hij in zijn schommelstoel zitten. ’s Morgens tref ik hem er opnieuw aan. De schommelstoel is zijn rustpunt.

Na een korte nachtrust zijn we héél blij met ons eerste, lokale ontbijt. We worden vriendelijk ontvangen, maar je merkt wel dat de hitte iedereen loom houdt. Er zijn pannenkoeken. Sapjes. Ontbijtgranen met melk. Jammer dat de spek ontbrak bij de eieren. Er is rijst met bonen, hun lokale ‘gallo pinto’. Bonen met rijst. Dat wordt wellicht een culinaire rode draad doorheen deze reis. En de vele vliegen ook misschien.

Binnen een paar uur verlaten we Managua en arriveren we in onze eerste AirBnB. Granada, here we come!

Één reactie Voeg uw reactie toe

  1. Therese Miessen schreef:

    wel met interesse gelezen !

    Lieve groetjes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s